Modelvliegen

Menu

Er zijn wel eens mensen die denken dat je een modelvliegtuig gewoon in de winkel kan kopen en dan een leuk veldje kunt opzoeken om er mee te vliegen. Zo eenvoudig ligt het dus niet...

Modelvliegen is een hobby/sport waarbij het erg belangrijk is dat je weet waar je mee bezig bent. Een model moet goed gebouwd en technisch in orde zijn. Het vliegen met een modelvliegtuig hoor je te doen op een daartoe aangewezen terrein, oftewel een modelvliegveld en je leert het van een instructeur, wat niet in een dag is gedaan.

Goed beginnen

Zo'n veld van een modelvliegclub is ook de plaats om te informeren naar hoe je aan deze hobby beginnen kunt. Daar vindt je ervaren modelvliegers die je kunnen adviseren welke trainer, motor en zender je het best kan kopen. Wees gewaarschuwd dat niet alle modelbouwzaken het advies geven dat je nodig hebt. Heb je eenmaal besloten voor het modelvliegen te gaan, vraag dan bij die club of je lid kan worden. Bij het bouwen van je model is dat al belangrijk, want ook dat is een leertraject, maar vooral voor het vliegen geldt: doe het niet alleen!

Vlieglessen

Als het zover is dat je met je eerste model op het veld staat, zal een instructeur je model op deugdelijkheid controleren, invliegen om het af te trimmen en dan beginnen je lessen. Dat begint met circuits vliegen, 'rondjes' volgens een vaste rechthoekige baan om te leren je model op koers te houden. Als er iets verkeerd gaat kan je instructeur het van je overnemen en je model redden. Het landen en opstijgen doet je instructeur voorlopig voor je, tot je zover bent om dat ook te gaan leren. Daarna volgt het oefenen van basis vliegfiguren en je voorbereiding op het brevet vliegen. Met je brevet op zak mag je eindelijk solo!

Waarom

Wat is er dan zo moeilijk aan het vliegen met een model? Een modelvliegtuig mag dan wel geen 'echt' vliegtuig zijn, de lucht waarin je vliegt is wel echt en de aerodynamische wetten gelden net zo hard als in de echte vliegerij. Je moet leren wat dat doet met je model en hoe je hem in verschillende situaties onder controle houdt. Daar komt nog bij dat je niet in je model zit. Het gedrag, de stand en de krachten die er op werken, moet je van een afstand leren zien. En natuurlijk heb je dat als je model naar je toe vliegt, links en rechts sturen omgekeerd is. Ezelsbruggetjes helpen niet bij dit alles; het moet een tweede natuur worden. En het aanleren van de juiste reflexen bereik je alleen door oefenen, oefenen, oefenen.

En dan verder

Dat het allemaal niet zo eenvoudig is maakt het gelukkig juist ook heel interessant. Na die trainer volgen modellen die een grotere uitdaging zijn en dan zijn er ook nog de verschillende takken van modelvliegsport waar je je op kunt richten. En iedere tak heeft zo zijn wedstrijden. Er is niet alleen veel te doen; er is ook veel te kijken.

Zweven

Veel modelvliegers vinden zweven het mooiste dat er is. Op een grasvlakte staan, de wind om je heen en je zweefvliegtuig hoog in de lucht. Zoeken naar thermiek ... let op de vogels. Zo kan je heel lang boven blijven. Puur vliegen. Het opstijgen gaat aan een lange lijn met elastiek of een lier.
Of je kiest voor een electro-zwever die zelf kan opstijgen en als het even slecht gesteld is met de thermiek, tussentijds hoogte kan winnen.

Modelzweefvliegtuigen

Kunstvlucht/3D

Anderen bekwamen zich liever in het kunstvliegen, de perfecte beheersing van een model in de lucht. Een strakke rolvlucht maken, een looping die zuiver rond is en andere vliegfiguren waarin je op het juiste punt uitkomt ... dat is echt niet makkelijk. Er moet heel veel getraind worden, wil je in de top komen.
En voor hen met een grote behoefte aan adrenaline is er het 3D vliegen ... meer bravoure, meer show, maar vooral absolute controle.

Schaalmodellen

Ook zijn er de bouwers met een passie voor luchtvaarthistorie, die zich toeleggen op schaalmodellen. Dat kunnen bouwdozen zijn van de wat meer bekende vliegtuigen, maar er is een grotere keuze in de bouwtekeningen die je kunt bestellen. In dat geval maak je alles zelf. Ook zijn er bouwers voor wie het met een historisch onderzoek begint en die ook zelf de tekeningen maken van hun unieke onderwerp. Het kan ver gaan, in aanpak en de uiteindelijke detaillering. Huidbeplating met alle klinknagels er op of bekleding met realistisch stiksel; volledig nagebouwde cockpits; alle beschadigingen en vuiligheid die het echte vliegtuig had ... sommige modellen zijn op foto's niet van echt te onderscheidden.
Maar er is ook het zogenaamde Sport Schaal, waar minder eisen aan detail worden gesteld; in de lucht ziet het er net zo realistisch uit.

Schaalmodel North American B-25 Mitchell

Het 'moet' natuurlijk allemaal niet ... gewoon recreatief vliegen met een leuk model is ook mooi.

Helikopters

Een heel aparte tak van de modelvliegsport zijn de helikopters. De reden dat echte helikopters zulke fascinerende machines zijn geldt ook voor modelhelikopters ... verticaal opstijgen en landen op een klein stukje grond, stil hangen in de lucht. Het ziet er makkelijk uit, maar omdat een helikopter een machine is zonder eigen stabiliteit, moet hij continu in toom gehouden worden en dat vraagt veel kunde en concentratie.

Bouwen

Het bouwen, daar begint alles mee. Er wordt tegenwoordig meer met kunststof (hars en vezels) gedaan, maar de traditionele houtbouw met balsa en triplex heeft dat niet verdrongen. Er zijn dan ook zowel bouwdozen met kunststof constructie als met houtbouw. Een kunststof model is sneller gebouwd. Als je netjes bouwt is houtbouw lichter en beschadigingen zijn makkelijker te repareren. Het is niet dat het één per se beter is dan het ander; kies wat jij prettig materiaal vindt. Ook heb je de vrijheid om te kiezen voor een gewone bouwdoos (kunststof of hout), een ARTF of een RTF bouwdoos. Een ARTF bouwdoos is Almost Ready To Fly en vraagt dus nog wat afwerking. Bij een RTF model moet alleen de apparatuur en motor nog geïnstalleerd. Het is wel raadzaam om de constructie van deze modellen te controleren; een fabricagefout wil je niet tijdens het vliegen ontdekken. Bedenk ook dat je met het bouwen van een trainer al wat ervaring opdoet voor de moeilijkere modellen die je later wil bouwen; misschien wil je dan toch een gewone bouwdoos.
Voor het motorvliegen begin je met een stabiele trainer, een hoogdekker met een spanwijdte van 1,50 meter of iets meer. Zender, ontvanger, accu's en servo's kan je als set aanschaffen. Op een bouwdoos staat altijd een advies vermeld voor de grootte van de motor, maar ook daarbij is advies van ervaren modelvliegers belangrijk; ook met het oog op geluidsreglementen. Een tweetakt motor is goedkoper, maar maakt een snerpend geluid. Met een viertakt motor en goede geluidsdemping hou je de omgeving beter te vriend.
Voor al het materiaal geldt dat het verstandig is je eerst op een modelvliegclub te laten adviseren voordat je wat dan ook koopt.

Het is best wat werk, een modelvliegtuig bouwen, maar dan komt de dag dat je hem kan invliegen. Het moment dat jouw model, jouw creatie, zich los maakt van de grond ... blauwe lucht onder de vleugels ... het blijft fantastisch!

Big Lift in houtbouw

Meer informatie

Deze pagina is slechts een korte introductie op het modelvliegen. Wil je nog meer weten? Bekijk dan eens de website van de KNVvL Modelvliegsport of de vele andere websites die je op onze Linkspagina kunt vinden.
Ben je al overtuigd? ... zoek dan die modelvliegclub bij jou in de buurt. Is dat de MVKV? ... meld je dan aan voor een afspraak via de pagina Lidmaatschap.